Mijn zus woont in de buurt van een pinautomaat en vorige week op een middag keek ze naar buiten en zag een man ronddrentelen bij de automaat. Hij droeg een veel te groot vies trainingspak en had een muts op. De man keek steeds om zich heen en treuzelde wat. Mijn zus, extra oplettend als ze denkt dat ze iets 'verdachts' ziet, liep naar boven en keek vanuit het slaapkamerraam naar de man. Ondertussen stopte een vrouw op een fiets bij de pinautomaat. Ze zette haar fiets neer, deed haar pas in de automaat, toetste haar pincode in, wachtte even, nam de pas terug en haar geld. De 'zichzelf verdachtmakende' man stond inmiddels vlak achter haar en binnen een paar seconden zag mijn zus dat de man een poging deed haar het geld afhandig te maken dat zij zojuist gepind had. Ze gaf de man een stomp met haar elleboog. De man probeerde het nog een keer, maar de vrouw liet haar geld niet los en stompte de man nog een keer met haar elleboog! De man droop af en de vrouw sprong op haar fiets en reed weg.
Mijn zus, totaal verbijsterd door hetgeen ze zojuist gezien had, besloot na enig nadenken toch maar de politie te bellen. Het voorval was al voorbij, maar als de vrouw van plan was aangifte te doen, dan had ze nu ook een getuige, mijn zus! Volgens de politie was het goed dat ze aangifte gedaan had, aangezien het aantal jongeren dat bij straatroven betrokken is in mijn stad, de laatste tijd sterk toegenomen is. Een heel team houdt zich bezig met dit probleem.
Twee agenten in burger die deel uitmaken van dit team, stonden gistermorgen bij mijn zus op de stoep. "Dag mevrouw, wij zijn van de politie en wij willen u graag even spreken." "Ja, dat zeggen ze allemaal. Ik geloof u niet" zei mijn zus. De agenten antwoordden dat ze mijn zus haar achterdocht goed begrepen en toonden hun 'politiepas'. Ze wilden haar spreken over de aangifte van de week ervoor. Mijn neefje en nichtje, anders altijd een grote mond, zaten nu muisstil en zwaar onder de indruk in de serre. De agenten vroegen mijn zus onder meer of ze 'de dader' zou herkennen op een foto. "Ik zou hem alleen kunnen herkennen aan zijn trainingspak en muts. Zijn gezicht heb ik niet goed gezien." Helaas, want bij een foto van een 'mogelijke dader' is alleen het gezicht te zien. Aan het eind van het gesprek bedankten ze mijn zus voor haar medewerking en kwamen de kinderen heel stilletjes de serre uit. Ze wilden die twee mannen natuurlijk nog wel even van dichtbij bewonderen! Je hebt tenslotte niet iedere dag collega's van 'De Cock en Vledder' over de vloer.
Mijn zus is nu deste oplettender als ze iets verdachts ziet. En ik? Ik kijk net als altijd goed om me heen als ik pin op straat. Maar ik vraag me af of ik, net als de vrouw, zo heldhaftig iemand die mij geld afhandig wil maken, een stomp zou verkopen. Waarschijnlijk zou ik verstijven van schrik en pas later denken: Had ik maar zus, had ik maar zo. Je moet er toch niet aan denken dat deze man een pistool of mes bij zich had gehad. Dan had het wel eens heel anders af kunnen lopen.